Niet streven naar minder markt, wel naar andere markt

De verkiezingscampagnes en -debatten laten zien dat de tijd voorbij is dat marktwerking gezien wordt als de toverdrank voor vrijwel alle sectoren. En terecht. Markten kunnen veel, maar kennen beperkingen en moeten kunnen vertrouwen op een sterke overheid.

Worden publieke belangen beter geborgd door de rol van de markt terug te dringen? Dat is maar de vraag. Ook de overheid heeft zelden de sleutel in handen om publieke belangen optimaal te behartigen. Of het nu gaat om het spoor, zorg of energie; er is zowel een taak voor de markt als voor de overheid. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) pleit daarom niet voor minder markt, maar voor een slimme combinatie tussen markt en overheid.

Wat de beste combinatie is, verschilt per geval en is aan verandering onderhevig. De grondgedachte bij concurrentie, ook in (semi-)publieke sectoren, is dat mensen kiezen op basis van behoeftes en prijzen. Dat geldt ook voor producten waarvan de overheid vindt dat ze voor iedereen zijn. Vrije keuze in je arts, energie- of telecomleverancier, scherpe prijzen voor producten en diensten en innovatie, het zijn zaken die we belangrijk vinden en die pleiten voor een rol van de markt.

Met het introduceren van concurrentie ontstaan baten die tamelijk onomstreden zijn. Tegenover deze baten staan risico’s. Door concurrentie hebben werknemers en bedrijven in een krimpende sector een minder zekere toekomst dan die in een groeisector. Of er ontstaat ongelijkheid tussen goed en slecht geïnformeerde consumenten.

Om maatschappelijk draagvlak te behouden, is het van belang dat iedereen kan meedelen in de voordelen die dankzij concurrentie worden gerealiseerd. Als je concurrentie uitschakelt, kan de koek weliswaar eerlijk verdeeld worden, maar is er ook minder te verdelen. Het wrange is dat kwetsbare consumenten en werknemers dan juist het hardst lijden onder de hogere prijzen en lagere werkgelegenheid.


>>> Bron FD -lees daar verder
Door Henk Don,bestuurslid van de ACM